Waarom “Open Bron” de essentie van Vrije Software niet begrijpt.

door Richard Stallman

Als we software “vrij” noemen bedoelen we daarmee dat het de basisvrijheden van gebruikers respecteert: de vrijheid om programma's uit te voeren of naar believen te kopiëren, met of zonder veranderingen. Het gaat hierbij om vrijheid, niet om geld, denk dus aan “vrijheid van meningsuiting”, niet aan “vrij van kosten” (Noot van de vertaler: dit artikel is een vertaling uit het engels. Daarin kan het woord free meerdere betekenissen hebben: “vrijheid” of “gratis”. Vandaar de omstandige uitleg hierboven.)

Deze vrijheden zijn van essentieel belang. Niet alleen voor de individuele gebruiker maar ook omdat ze betrokkenheid kweekt -- te weten via delen en samenwerken. Dit wordt belangrijker naarmate we digitaler gaan leven en werken. In een wereld van digitale muziek, plaatjes en tekst wordt vrije software steeds meer de vertegenwoordiger van vrijheid in het algemeen.

Miljoenen mensen over de hele wereld gebruiken nu vrije software; scholen in regionen in India en Spanje geven leerlingen onderwijs met het vrije besturingssysteem GNU/Linux. Maar de meeste van deze gebruikers hebben nog nooit gehoord van de ethische achtergrond om dit te ontwikkelen en een gemeenschap van vrije software te stichten omdat de systemen tegenwoordig worden aangeduid met “open bron” en er een andere filosofie aan wordt gehangen die weinig met verworven vrijheden van doen heeft.

De vrije software beweging strijdt al voor vrijheid in software-gebruik sinds 1983. In 1984 begonnen we met de ontwikkeling van het vrije besturingssysteem GNU, zodat we geen gebruik hoefden te maken van de niet-vrije besturingssystemen die de gebruikers hun vrijheid ontzeggen. In de tachtiger jaren ontwikkelden we de meeste essentiële componenten hiervan, alsook de GNU General Public License, een licentie die met name de vrijheid van gebruikers beschermd.

Echter, niet alle gebruikers en ontwikkelaars waren het eens met de filosofie van de vrije software beweging. In 1998 was er een afscheiding van de vrije software die het idee van “open bron” verkondigden. Van origine werdt deze uitdrukking voorgesteld om mogelijke verwarring met “vrije software” te voorkomen, maar al snel werdt het geassocieerd met filosofische overtuigingen die niets met vrije software van doen hadden.

Bepaalde voorstanders van “open bron” beschouwden het als een “marketing campagne voor vrije software” die zakelijke gebruikers zou aanspreken door praktische voordelen te benoemen en tegelijkertijd principes over vrijheid overboord te gooien omdat ondernemers dit wellicht minder zou aanspreken. Andere voorstanders waren gewoon tegen de normen en waarden van de vrije software beweging. Hoe dan ook, in de campagne voor “open bron” werden daardoor deze normen en waarden niet genoemd. De uitdrukking “open bron” werdt daardoor al snel geassocieerd met praktische waarden als het maken van krachtige, betrouwbare software. De meeste medestanders van “open bron” stammen uit die tijd en hebben dus de huidige mores overgenomen.

Bijna alle open bron software is ook vrije software; de benamingen duiden bijna dezelfde categorie. Ze zijn echter gebaseerd op verschillende ideeën. Open bron is een manier van ontwikkelen; vrije software is een sociaal gebeuren. Voor de vrije software beweging is vrije software essentieel omdat alleen dit de vrijheid van gebruikers waarborgt. Open bron daarentegen gaat het alleen om hoe software “beter” te maken -- alleen vanuit een praktisch oogpunt. Het beweert dat niet-vrije software een niet-optimale oplossing is. Voor de vrije software beweging echter is niet-vrije software een sociaal probleem en de overgang naar vrije software de oplossing.

Vrije software. Open bron. Het is dezelfde software, maakt het uit welke benaming je gebruikt? Jazeker, want ze vertegenwoordigen verschillende principes. Want hoewel ieder vrij programma je die vrijheid nu geeft, zal het niet blijvend zijn wanneer je mensen dat vrijheidsgevoel niet bijbrengt. Als je dat belangrijk vindt kun je maar beter spreken over “vrije software”.

Wij van de vrije software beweging beschouwen open bron niet als vijandig; de vijand is private software. We willen echter wel laten weten dat we voor vrijheid staan en dus willen we niet worden verward met voorstanders van open bron.

Misverstanden over “vrije software” en “open bron”

De uitdrukking “vrije software” heeft het probleem dat het verkeerd kan worden opgevat (in het engels): de onbedoelde uitleg, “software die je gratis kunt krijgen” en diegene die we bedoelen, “software die de gebruikers vrijheid geeft”. We pakken dit probleem aan door de definitie te publiceren en te zeggen “Denk aan vrijheid van meningsuiting, niet aan vrij van kosten”. Het is geen perfecte oplossing en een andere eenduidige uitdrukking zou beter zijn maar die is er niet.

Helaas hebben alle engelse alternatieven hun eigen problemen. We hebben een heleboel suggesties onderzocht maar geen daarvan drukt zo duidelijk uit dat een overstap hiernaartoe een “goede” is. Ieder alternatief voor “vrije software” heeft wel een semantisch probleem -- en dus ook “open bron software”.

De officiële definitie van “open bron software” (die wordt gegeven door de Open Source Initiative en te uitgebreid om hier te herhalen) is indirect afgeleid van onze doelstellingen voor vrije software. Maar het is niet hetzelfde; in sommige opzichten is het wat losser, waardoor de open bron beweging een aantal licenties hebben geaccepteerd die wij te beperkend voor de gebruiker vinden. In de praktijk lijkt de definitie echter veel op die van ons.

Echter, de overduidelijke bedoeling van “open bron software” is “je kunt de broncode bekijken” en de meeste mensen denken dat dit het is. Dit is echter een veel zwakker criterium dan vrije software, of zelfs dan de officiële definitie van open bron. Het slaat ook op een hoop programma's die noch vrij, noch open bron zijn.

Omdat deze voor de hand liggende uitleg van “open bron” niet de bedoeling is geweest van de voorstanders, wordt dit dus door de meeste mensen verkeerd opgevat. Hier een voorbeeld hoe schrijver Neal Stephenson het ziet:

Linux is “open bron” software. Eenvoudig gezegd betekent dit dat iedereen een kopie van de broncode kan krijgen.

Ik geloof niet dat hij expres tegen de “officiële” definitie in ging. Ik denk dat hij gewoon de engelse taal toepaste om de bedoeling te achterhalen. De staat Kansas publiceerde ook zo'n definitie:

Gebruik open bron software. Open bron software is software waarvan de broncode vrijelijk en openbaar te verkrijgen is. De diverse licenties verschillen echter in wat men vervolgens met die code mag doen.

De mensen van open bron proberen hiermee om te gaan door te verwijzen naar hun officiële definitie maar die is minder effectief dan die van ons. “Vrije software” is slechts voor tweeërlei uitleg vatbaar, één daarvan is de goeie. Iemand die de boodschap “vrij als in vrijheid van meningsuiting en niet als in vrij van kosten” begrepen heeft zal niet snel dezelfde fout maken. “open bron” heeft echter slechts één uitleg, die verschilt van wat is bedoeld. Er is echter geen korte en bondige manier om dit uit te leggen, wat de verwarring alleen maar groter maakt.

Verschillende uitgangspunten kunnen tot dezelfde conclusies leiden...maar niet altijd

Radicale groepen in de jaren zestig hadden de reputatie van partijvorming: sommigen vielen uiteen over verschillen van inzicht in de strategie en de resulterende splintergroeperingen behandelden elkaar als vijanden, ook al hadden ze dezelfde uitgangspunten gemeen. Rechts buitte dit uit en gebruikte het om links te bekritiseren.

Sommigen proberen de vrije software beweging in diskrediet te brengen door een vergelijk te trekken tussen het meningsverschil met open bron en de meningsverschillen tussen de radicale groeperingen uit de jaren zestig. Het tegenovergestelde is het geval. We zijn het niet eens over de doelstellingen, maar de verschillende zienswijzen leiden wel tot hetzelfde gedrag -- het ontwikkelen van vrije software.

Het resultaat is dat mensen van de vrije software beweging en de open bron beweging vaak samenwerken op projecten zoals software ontwikkeling. Het is opvallend om te zien hoe die verschillende uitgangspunten toch leiden tot zoveel samenwerking in projecten. De uitgangspunten zijn echter nog altijd verschillend en kunnen dus aanleiding geven tot verschillende gedragingen.

De grondgedachte achter open bron is dat wanneer gebruikers de broncode kunnen wijzigen en kopiëren, dit automatisch leidt tot krachtiger en betrouwbaarder software. Dit is echter niet gegarandeerd. Ontwikkelaars van private software zijn niet per definitie onbekwaam. Soms produceren ze een betrouwbaar en krachtig programma, ook al treedt het de vrijheid van gebruikers met voeten. Hoe zullen voorstanders van vrije software en open bron daarop reageren?

Een echte voorstander van open bron zal reageren met, “het verbaast me dat je een dergelijk goedwerkend programma hebt kunnen maken zonder ons model te gebruiken, waar kan ik een kopie krijgen?” Een dergelijke opstelling beloont modellen die ons van onze vrijheid beroven.

De voorstander van vrije software zal zeggen, “Dat is een mooi programma maar kost me wel mijn vrijheid. Ik zal het dus niet gebruiken. Ik zal daarentegen wel een project steunen dat een vrije vervanging van dit programma maakt”. Als we onze vrijheid liefhebben, moeten we daarnaar handelen.

Krachtige, betrouwbare software hoeft nog niet goed te zijn.

Het idee dat software krachtig en betrouwbaar moet zijn komt af van de aanname dat software er is voor de gebruiker. Wanneer het krachtig en betrouwbaar is, is het hun beter tot nut.

Maar software is alleen nuttig voor gebruikers als het hun vrijheden in acht neemt. Wat nu als software ontworpen is om gebruikers aan banden te leggen? Betrouwbaarheid betekent dan alleen maar dat de banden moeilijker te verbreken zijn.

Met steun van de film- en muziek-industrie wordt meer en meer software gemaakt die juist ontworpen is om gebruikers te beperken. Deze kwade opzet noemt men ook wel DRM of Digital Rights Management (Digitaal Rechten Beheer) (zie DefectiveByDesign.org), en is de tegenpool van de vrijheid die vrije software wil bewerkstelligen. En niet beperkt tot het gedachtengoed: het doel van DRM is immers het inperken van je vrijheid en DRM ontwikkelaars proberen het moeilijk of zelfs illegaal te maken om software te wijzigen die DRM implementeert.

Sommige voorstanders hebben zelfs voorgesteld “open bron DRM” te ontwikkelen. Het idee daarbij is dat, met het publiceren van de broncode en de rechten om het te veranderen, er betere en meer betrouwbare software komt om jou als gebruiker te kunnen beperken. Om vervolgens te worden gebruikt in apparaten die je verhinderen dit te veranderen.

De software mag dan “open bron” zijn en het model gebruiken; het zal nooit vrije software zijn omdat het de vrijheden van de gebruiker niet respecteert. Als het open bron model erin slaagt software te maken die je krachtiger en betrouwbaarder beperkt, dan zijn we alleen maar slechter af.

Bang voor vrijheid

De belangrijkste reden voor de introductie van de term “open bron software” is het feit dat de uitdrukking “vrije software” sommige mensen ongemakkelijk maakt. En dat klopt: praten over vrijheid, over ethische bezwaren, over verantwoordelijkheden en gemak, is mensen vragen om na te denken over aspecten die ze wellicht liever willen negeren, zoals of ze zich wel ethisch gedragen. Dit kan ongemakkelijk zijn en sommigen hebben dan ook de neiging dit te negeren. Dat betekent nog niet dat we er niet over moeten praten.

Dat is echter wat de leiders van de open bron beweging gedaan hebben. Ze dachten de software beter te kunnen verkopen door nadruk te leggen op bepaalde praktische voordelen voor met name zakelijke gebruikers door ethische vraagstukken en vrijheden te verzwijgen.

Dat is effectief gebleken, op een bepaalde manier. De retoriek van open bron heeft menig bedrijf en persoon overgehaald om vrije software te gebruiken of zelfs te ontwikkelen, wat onze gemeenschap zeker ten goede kwam -- maar alleen op praktisch gebied. De filosofie en toepassing van open bron staat een dieper begrip van vrije software in de weg; het geeft een aanwas van veel aanhangers maar leert ze niet de filosofie te verdedigen. Dat is prima voor zolang het duurt maar is niet genoeg om vrijheid te waarborgen. Het binnenhalen van gebruikers van vrije software is slechts de halve inspanning, ze zijn daarmee nog geen voorvechters van hun eigen vrijheid.

Vroeg of laat zullen deze gebruikers worden verleid om over te stappen op private software vanwege één of ander praktisch voordeel. Ontelbare bedrijven bieden deze verleiding, sommigen via gratis kopieën. Waarom zouden gebruikers hier nee tegen zeggen? Alleen als ze geleerd hebben om vrijheid boven praktische bruikbaarheid te stellen. Om dit idee verder post te laten vatten moeten we het over vrijheid hebben. Wellicht dat een zekere “zachtjes zachtjes” aanpak richting bedrijven de gemeenschap kan helpen maar het wordt gevaarlijk zodra het belijden van vrijheid wordt gezien als een excentriciteit.

Die gevaarlijke situatie hebbben we op dit moment. De meeste mensen die zich bezighouden met vrije software zeggen niets over vrijheid -- omdat ze meestal meer “bedrijfsvriendelijk” willen overkomen. Dit geldt vooral voor software distributeurs. Bijna alle GNU/Linux distributies voegen additionele private software toe aan de vrije distributies en verkopen de gebruikers dit als voordeel in plaats van een stap terug.

Private aanvullende software en gedeeltelijk niet-vrije GNU/Linux distributies vinden gretig aftrek omdat de meesten binnen de gemeenschap niet geven om vrijheid binnen de software. Dat is geen toeval. De meeste gebruikers maakten kennis met het systeem via open bron, die vrijheid niet tot doel heeft. Gedrag wat niets met vrijheid te maken heeft en woorden die niet over vrijheid reppen. Om deze neiging te onderdrukken moeten we het méér over vrijheid hebben, niet minder.

Conclusie

Terwijl voorstanders van open bron meer gebruikers onze gemeenschap in trekken, moeten wij als activisten van vrije software steeds harder werken om hen op het aspect vrijheid te attenderen. We moeten uitroepen, “het is vrije software en geeft je vrijheid!” -- steeds vaker en harder. Iedere keer dat je refereert aan “vrije software” in plaats van “open bron” help je onze zaak.

Voetnoten

Joe Barr schreef een artikel, getiteld Live and let license die zijn kijk op de zaak geeft.

Lakhani and Wolf's scriptie over de motivatie van ontwikkelaars van vrije software beweert dat een aanzienlijk deel van de ontwikkelaars zijn motivatie haalt uit de overtuiging dat software vrij zou moeten zijn. Dit ondanks het feit dat de enquete onder ontwikkelaars van Sourceforge werdt gedaan, een website die geen ethische bezwaren tegen niet-vrije software heeft.

Vertalingen van deze pagina